Vragen over kwijtschelding

Staat uw vraag er niet bij? Neem dan gerust contact met ons op via het contactformulier.

U hoeft misschien niet te betalen als u geen vermogen heeft en uw inkomen onder de bijstandsnorm komt. Uw vermogen is uw geld op de bank, de waarde van uw auto’s, overwaarde van uw eigen woning, woonwagen en ander bezit. Heeft u geen vermogen dan kijken we naar uw inkomen en uitgaven. Houdt u minder dan uw grens van het inkomen over? Dan kan het zijn dat u de belastingen niet hoeft te betalen. 

 

 

Niet als u het jaar ervoor kwijtschelding heeft gekregen. Dan controleren we automatisch voor het nieuwe jaar of u de aanslag niet hoeft te betalen Dit noemen we ‘automatische kwijtschelding’. Als u niet hoeft te betalen dan staat dit op de aanslag. U moet altijd controleren of u een deel wel moet betalen. Dat staat dan op de aanslag. Soms kan een gemeente niet meer dan een bepaald bedrag ‘kwijtschelden’. Dat verschilt per gemeente.

Heeft u het jaar ervoor kwijtschelding gekregen? Dan is het niet zeker dat u elk jaar kwijtschelding krijgt.  Uw situatie en de wet kunnen veranderen. We kijken daarom elk jaar opnieuw of u moet betalen of niet.

Als er geen automatische kwijtschelding is verleend en u wilt ons toch vragen om niet te betalen dan kunt u hier een aanvraag kwijtschelding indienen.

pdf-icoon.gif Kwijtschelding per deelnemer
pdf-icoon.gif Kwijtschelding per deelnemer 2015-2016-2017.pdf

Nee, sommige belastingen van de gemeente of het waterschap moet u zelf betalen of in ieder geval voor een deel. Dit verschilt per gemeente. U leest hieronder wat u per gemeente in ieder geval moet betalen:

Belastingen per gemeente voor 2018

Belastingen per gemeente voor 2015-2016-2017

We kijken naar uw vermogen. Uw vermogen is uw bezit: uw geld op de bank, de waarde van uw auto’s, overwaarde van uw eigen woning, woonwagen, aandelen en ander bezit. Heeft u geen vermogen? Dan kijken we naar uw inkomen en uitgaven. Houdt u minder over dan uw grens voor het inkomen? Dan kan het zijn dat u geen belastingen hoeft te betalen. 

 

Uw vermogen is uw bezit:

Uw geld op al uw bank- en spaarrekeningen.
We tellen het geld pas mee als het hoger is dan een bepaald bedrag. We kijken naar uw inkomensgrens, de huur/hypotheek en ziektekostenpremie die u betaald. Deze bedragen tellen wij bij elkaar op. Daarna halen we hier 2 bedragen van af. Dit is de huurnorm en de ziektekostennorm. Het bedrag dat overblijft mag u hebben en tellen wij niet mee als vermogen.

Voor de hoogte van uw inkomensgrens, de huurnorm en ziektekostennorm kunt u hier klikken.

Voorbeeld van hoe we uitrekenen hoeveel geld u mag hebben op uw rekeningen.
Dit voorbeeld gaat over een alleenstaande persoon zonder AOW.

 

Bedrag

 

Inkomensgrens

€ 996,56

 

Huur

€ 562,55

+

Ziektekostenpremie

€ 125,25

+

Totaal

€1.684,36

=

Huurnorm

€208,14

-

Ziektekostennorm

€34,00

-

Totaal aan geld dat u mag hebben

€1.442,22

=

 

Het totaal toegestane bedrag kan hoger worden:

  • Als u geboren bent voor 1-1-1935 mag u € 2269,- extra aan geld hebben. Als u partner geboren is voor 1-1-1935 mag deze ook € 2269,-  extra aan geld hebben.
  • Als u kindgebonden budget krijgt dan mag u dit bedrag ook extra aan geld hebben.
  • een auto die meer waard is dan € 2.269,-
    Deze auto telt niet mee als u de auto absoluut niet kunt missen door: ziekte, invaliditeit, beroep. Een arts moeten bezoeken is geen reden. U kunt namelijk ook zonder een eigen auto een arts bezoeken.
  • 2 of meer voertuigen
    Als u bijvoorbeeld een auto én een motor heeft.
  • de overwaarde van uw eigen woning
    U heeft overwaarde als de WOZ-waarde van uw woning hoger is dan de hypotheekschuld die u nog moet betalen.
  • de overwaarde van uw woonwagen of woonboot
    U heeft overwaarde als de waarde van uw woonwagen of woonboot hoger is dan de hypotheekschuld die u nog moet betalen.
  • de waarde van
    uw caravan
    uw vakantiehuis
    uw garagebox
    uw lijfrentepolis
    uw waardepapieren (zoals aandelen en beleggingen)

Uw inkomen is:

  • salaris
  • uitkering gemeente/werkplein
  • uitkering UWV
  • uitkering SVB (AOW)
  • pensioen
  • heffingskortingen
  • kinderalimentatie
  • partneralimentatie
  • studiefinanciering
  • inkomsten uit onderneming
  • overige inkomsten (bijvoorbeeld webwinkel, marktkraam, krantenwijk of bijverdiensten uit een hobby)

We nemen niet al uw uitgaven mee om te bepalen of u belasting moet betalen.

De volgende uitgaven tellen mee:

  • Een deel van de huur of de hypotheek die u elke maand betaalt
    We halen van het bedrag aan uw huur, hypotheek af:
    - eventuele huurtoeslag
    - hypotheekrenteaftrek
    - het normbedrag van de huur

De huur, hypotheek mag maximaal € 710,68 zijn. Is uw huur, hypotheek hoger dan gebruiken we dus € 710,68 als het bedrag voor uw huur, hypotheek.

  • Een deel van de premie zorgverzekering
    We halen van het bedrag van uw premie af:
    - eventuele zorgtoeslag
    - het normbedrag van de zorgpremie
  • Het verschil tussen het kindgebonden budget dat u krijgt en het kindgebonden budget waar u eigenlijk recht op heeft.
    Soms heeft u recht op meer kindgebonden budget dan u krijgt. Dat verschil halen we van uw inkomen af.
  • Uw eigen bijdrage voor kinderopvang
    Er is vaak een verschil tussen de kosten van de kinderopvang en dat wat u krijgt aan kinderopvangtoeslag. Het deel dat u zelf nog moet betalen, halen we van uw inkomen af. 
  • Uw belastingschulden
    Betaalt u elke maand uw belastingschulden af? Dan halen we dat bedrag van uw inkomen af.
  • Uw alimentatie
    We halen alleen verplichte alimentatie van uw inkomen af als u het ook betaalt.  

Andere uitgaven zoals hieronder als voorbeeld staat tellen we niet mee:

  • gas en stroom
  • water
  • televisie/internet/telefoon
  • autobelasting of verzekering
  • aflossingen van andere schulden 

Wat zijn de normbedragen voor het inkomen?
Om te bepalen of uw inkomen te laag is om belasting te kunnen betalen kijken we of uw inkomen lager is dan het normbedrag voor het inkomen. Dit normbedrag noemen wij ook de inkomensgrens of bijstandsnorm. De bedragen zijn namelijk hetzelfde als de bedragen in de bijstand.

Om te kijken of u boven of onder het normbedrag uitkomt, kijken we naar:
uw inkomen
uw woonsituatie

Met uw woonsituatie bedoelen we dat we kijken of u kostendelers in huis heeft of niet. Dat zijn mensen die mee kunnen betalen aan de kosten.

De regels hierover zijn in 2018 veranderd.

Woont u alleen? Dan kijken we naar het normbedrag voor een alleenstaande.
Woont u samen met uw partner? Dan kijken we naar het normbedrag voor gehuwden en samenwonenden.
Woont er nog iemand van 21 jaar of ouder bij u in huis? Dan gaat uw norm misschien omlaag.

Huishoudsituatie

Norm
(zonder kostendelers)

1 kostendeler

2 kostendelers

3 kostendelers

Alleenstaande

€996,56

€711,83

€616,92

€69,46

Gehuwd/samenwonend

€1.423,66

€1.233,84

€1.138,92

€1.081,98

Alleenstaande
AOW-gerechtigd

€1.167,58

€802,71

€697,02

€644,18

Gehuwd/samenwonend 
beiden AOW-gerechtigd

€1.605,42

€1.394,04

€1.288,36

€1.224,96

Gehuwd/samenwonend 
1 persoon AOW-gerechtigd

€1.595,35

€1.313,94

€1.213,64

€1.153,47

 

 

Wat zijn de normbedragen voor de huur, hypotheek en zorgpremie?
De minister heeft bepaald wat het normbedrag is voor de huur, hypotheek en zorgpremie.

Voorbeeld:
U woont alleen en heeft nog geen AOW. Dan gaan we uit van een normbedrag van € 208,14 voor de huur of hypotheek. Dit bedrag halen we van uw huur af. Ook halen we daar eventuele huurtoeslag van af. Het bedrag dat dan overblijft is het bedrag dat wij van uw inkomen afhalen.

Voorbeeld:
U bent getrouwd. Dan gaan we uit van een normbedrag van € 81,00 voor de zorgpremie. Dit bedrag halen we van uw zorgpremie af. Ook halen we daar eventuele zorgtoeslag van af. Het bedrag dat dan overblijft is het bedrag dat wij van uw inkomen afhalen.

Voor studenten rekenen we het inkomen anders uit. Dit staat in artikel 26.2.12 van de Leidraad Invordering 2008. We gebruiken hiervoor het normbudget levensonderhoud en een forfaitair bedrag. Het normbudget levensonderhoud is het bedrag dat u minimaal nodig heeft om van te kunnen leven. Het forfaitair bedrag is het bedrag dat u aan studiefinanciering zou kunnen ontvangen. Het maakt niet uit of u dit bedrag aan studiefinanciering ook echt ontvangt. De bedragen verschillen per opleidingsniveau en kunt u hieronder vinden.

Opleidingsniveau

Normbudget levensonderhoud

Forfaitair bedrag

mbo

€809,57

€659,32

hbo/wo

€870,46

€808,46

Voorbeeld:
U doet een mbo-opleiding en krijgt € 1209,57 per maand. Dit krijgt u uit:
- basisbeurs: € 269,45
- aanvullende beurs: € 360,26
- lening: € 179,86
- eigen inkomsten: € 400,- (bijvoorbeeld uit bijbaan, inclusief vakantiegeld)

Van dit bedrag wordt het normbudget levensonderhoud en de lening weer afgetrokken. Bij het bedrag dat dan overblijft tellen we het forfaitair bedrag op. Dat is het inkomen van deze student. Van dit bedrag gaan de uitgaven nog af (huur, zorgpremie enzovoort). Het inkomen van een partner, tellen we op bij de eigen inkomsten. Hieronder ziet u de berekening.

Berekening studenten 2018

Formule 1: (P + Q) - R - S = X

 

 

P

Ontvangen studiefinanciering excl. collegegeldkrediet

€809,57

 

Q

Eigen inkomsten (incl. vakantiegeld)

€400,00

+

Totaal inkomsten

€ 1209,57

=

R

Normbudget levensonderhoud MBO

€809,57

-

S

Ontvangen lening

€179,86

-

X

Uitkomst > Let op! Mag geen negatief bedrag zijn.
Minimaal € 0,-

€220,14


=

Formule 2: X + Y = T

 

 

X

Uitkomst formule 1

€220,14

 

Y

Forfaitair bedrag mbo

€659,32

+

T

Inkomen

€879,46

=

Uitkomst T: Dit is het vastgestelde inkomen om de gebruikelijke berekening van de betalingscapaciteit te maken. Van dit bedrag gaan dus de eventuele uitgaven van de huur, zorg etc. nog af.

*Het inkomen van een eventuele partner wordt opgeteld bij Q - 'eigen inkomsten'. 

Nee. In de wet staat dat we geen rekening mogen houden met schuldsanering of schuldbemiddeling. Als we uw inkomen berekenen, kijken we dus niet of er beslag is gelegd op uw inkomen of dat u leefgeld krijgt. 

Heeft u een zakelijke belastingaanslag gekregen? Dan kunt u hiervoor niet om kwijtschelding vragen. U kunt alleen voor uw privébelasting vragen of u niet hoeft te betalen. Privébelastingen zijn belastingen die niet te maken hebben met uw bedrijf. 

We praten graag met u.
Heeft u ons gevraagd om kwijtschelding? En bent u het niet eens met ons besluit? Dan praten we er graag met u over.

Ons telefoonnummer:           (076) 529 83 00 (Team Kwijtschelding). Kies optie 3

Wij zijn bereikbaar:               van maandag tot en met donderdag van 9:00 uur – 16:00 uur
                                                op vrijdag van 9:00 uur tot 12:30 uur

Wilt u toch in beroep gaan?
Dat kan. U schrijft ons dan de reden waarom u het niet eens bent. Dat kan via:

Digitale Balie
1. Log in met uw DigiD.
2. Klik op ‘beroep indienen’. U komt nu in het scherm met aanslagen waartegen u beroep kunt indienen.
3. Klik op ‘beroep aantekenen’ en schrijf waarom u het niet eens bent met ons besluit.
4. Stuur documenten mee als bewijs. Daarmee laat u zien dat u kwijtschelding nodig heeft.

Contactformulier
1. Vul uw persoonlijke gegevens in.
2. Scroll en kies ‘Kwijtschelding: administratief beroep’.
3. Kies voor de reden van uw beroepschrift.
4. Vul uw kwijtscheldingsnummer in. U vindt dit nummer bij kenmerk K op het besluit.
5. Schrijf kort waarom u het niet eens bent.
6. Stuur documenten mee als bewijs. Daarmee laat u zien dat u kwijtschelding nodig heeft.

Per post
Schrijf in een brief waarom u het niet met ons eens bent. Stuur daarbij bewijsstukken.
Het adres is:
Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant
o.v.v. Administratief beroep kwijtschelding
Postbus 502
4870 AM Etten-Leur

Wanneer?
U stuurt uw beroepschrift binnen 10 dagen na de datum van ons besluit. Dit staat in de ‘Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990’.
Lukt het niet binnen 10 dagen? Zorg dan dat u binnen 6 weken na de datum van het besluit reageert.
Reageert u later dan 6 weken? Dan behandelen we uw beroep niet meer. U krijgt daarover van ons een brief .

Hoe verder?
Binnen 14 dagen krijgt u van ons een brief waarin we schrijven dat we uw beroep hebben ontvangen. Bent u het niet eens met het besluit op uw beroepschrift? Dan kunt u niet meer verder in beroep gaan. 

Als er andere mensen van 21 jaar of ouder bij u in huis wonen dan kunnen zij meebetalen in de kosten van uw huishouden. Deze mensen noemen we 'kostendelers'. Kostendelers kunnen inwonende kinderen of andere medebewoners van 21 jaar of ouder zijn. Hoe meer mensen boven de 21 jaar samen in 1 huis wonen, hoe lager de inkomensnorm.

Wie zijn kostendeler?

  • Iedereen kan kostendeler zijn, dus ook uw kind, vader of moeder.
  • Het maakt niet uit of deze persoon ook echt meebetaalt aan de kosten in het huishouden.
  • Alleen uw inkomen (en dat van uw eventuele partner) telt mee voor de berekening van uw inkomensnorm. Wij kijken niet naar het inkomen van de kostendeler(s).

Uitzonderingen

Niet iedereen van 21 jaar of ouder is kostendeler. Hiervoor gelden de volgende uitzonderingen:

  • Inwonende kinderen en medebewoners van 21 jaar of ouder die studeren.
  • Andere medebewoners van 21 jaar of ouder met een commercieel huurcontract.
    Let op! Met uw kind, kleinkind, vader, moeder, broer of zus kunt u geen commerciële relatie hebben. Met bijvoorbeeld een neef, nicht, oom of tante kunt u wel een commerciële relatie hebben. Het ontvangen huurbedrag moet wel te worden meegenomen als inkomen.

Als u een bijstandsuitkering volgens de Participatiewet ontvangt en kostendelers heeft, dan heeft de gemeente al rekening gehouden met de kostendelers en zal de hoogte van uw uitkering gelijk zijn aan het normbedrag voor de kwijtschelding.