Kwijtschelding

Om te bepalen of u in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt er eerst gekeken of u vermogen heeft. Als u geen vermogen heeft, wordt er een berekening van uw inkomen en een aantal uitgaven gemaakt. Als uw inkomen na de berekening op of onder de bijstandsnorm ligt, kan aan u kwijtschelding worden verleend.

Meer informatie over vermogen en de berekening van uw vermogen en inkomen kunt u hieronder terugvinden:

De Belastingsamenwerking West-Brabant kan geautomatiseerde kwijtschelding verlenen als u hiervoor in aanmerking komt. Als u het voorgaande jaar kwijtschelding heeft gekregen dan zijn de volgende gegevens getoetst:

  • bij de Belastingdienst het saldo op uw bank- en spaarrekeningen
  • bij het UWV uw inkomen
  • bij de RDW uw voertuigenbezit

Als u in aanmerking komt voor geautomatiseerde kwijtschelding dan staat dit duidelijk op uw aanslag vermeld en hoeft u geen aanvraag kwijtschelding meer in te dienen. Controleer wel op het aanslagbiljet of u nog een deel van de aanslag moet betalen. Als dit zo is, heeft dit te maken met de maximale kwijtschelding die in uw gemeente kan worden verleend. Meer informatie hierover vindt u in onderstaande documenten:

pdf-icoon.gif Kwijtschelding per deelnemer
pdf-icoon.gif Kwijtschelding per deelnemer 2015-2016-2017.pdf

Het recht op kwijtschelding moet elk jaar opnieuw worden vastgesteld. Uw situatie, maar ook wet- en regelgeving kunnen veranderen. U kunt daarom geen rechten ontlenen aan een eerder verleende kwijtschelding. Als er geen geautomatiseerde kwijtschelding is verleend, kunt u op de volgende pagina een aanvraag indienen: aanvraag kwijtschelding.

Niet voor alle belastingen kan kwijtschelding worden verleend. Voor welke belastingsoort wel of geen kwijtschelding mogelijk is, is afhankelijk van de gemeente waarin u woont. Ook kan het zijn dat er een maximumbedrag aan kwijtschelding is voor een bepaalde belastingsoort.

U kunt in het onderstaande documenten controleren hoeveel kwijtschelding er in uw gemeente mogelijk is als u daar recht op heeft:

pdf-icoon.gif Kwijtschelding per deelnemer 2018 pdf-icoon.gif Kwijtschelding per deelnemer 2017-2016-2015

Als u geen vermogen heeft, wordt aan de hand van uw maandelijkse inkomen, sommige van uw uitgaven en de bijbehorende normbedragen berekend of u de belastingen kunt betalen. Als na de berekening blijkt dat u de gemeentelijke – en/of waterschapsbelastingen niet kunt betalen, dan wordt aan u kwijtschelding verleend.

Onder vermogen wordt bijvoorbeeld verstaan:

  • het saldo op alle bank- en spaarrekeningen hoger dan:
    • 1 maand huur of hypotheekrente plus
    • 1 maand premie zorgverzekering plus
    • het normbedrag inkomsten min
    • het normbedrag van de huur/hypotheek min
    • het normbedrag van de premie zorgverzekering (*zie de voorbeeldberekening onderaan deze pagina)
  • een auto die meer waard is dan € 2.269. Deze telt niet als vermogen als deze specifieke auto absoluut onmisbaar is in verband met ziekte en/of invaliditeit* of de uitoefening van het beroep
    *Onder ziekte en/of invaliditeit wordt niet verstaan regulier bezoek aan artsen of specialisten
  • 2 of meer voertuigen (auto, motor)
  • de overwaarde van een eigen woning; hiervan is sprake als de WOZ-waarde van uw woning hoger is dan de resterende hypotheekschuld
  • de overwaarde van een woonwagen of een woonboot; hiervan is sprake als de waarde van uw woonwagen of woonboot  hoger is dan de resterende hypotheekschuld
  • de waarde van een caravan, vakantiehuis, garageboxen, lijfrentepolis, waardepapieren (zoals aandelen en beleggingen) en dergelijke

Voorbeeldberekening vermogen
In het onderstaande voorbeeldberekening gaat het om een alleenstaande die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt:

Berekening bank- en spaarsaldo

Bedrag

 

Bijstandsnorm huishouden

€992,12

+

Huur

€562,55

+

Ziektekostenpremie

€125,25

+

Totaal

€1.679,92

=

Huurnorm

€208,14

-

Ziektekostennorm

€34,00

-

Totaal toegestaan saldo voor de kwijtschelding

€1.437,78

=

Onder inkomen wordt onder andere verstaan:

  • salaris
  • uitkering gemeente/werkplein
  • uitkering UWV
  • uitkering SVB (AOW)
  • pensioen
  • heffingskortingen
  • kinderalimentatie
  • partneralimentatie
  • studiefinanciering
  • inkomsten uit onderneming
  • overige inkomsten (bijvoorbeeld webwinkel, marktkraam, krantenwijk of bijverdiensten uit hobby)

Niet alle uitgaven mogen meegenomen worden bij de berekening van uw inkomen voor het recht op kwijtschelding. De uitgaven waarmee rekening moet worden gehouden zijn:

  • Een deel van de huur of de maandelijks te betalen hypotheekrente
    Dit bedrag van maximaal € 710,68 wordt verminderd met eventuele huurtoeslag/hypotheekrenteaftrek en een vast normbedrag.
  • Een deel van de premie zorgverzekering
    Dit bedrag wordt verminderd met eventuele zorgtoeslag en een vast normbedrag.
  • Het verschil tussen de aanspraak en het ontvangen kindgebonden budget
    Het maximale recht op kindgebonden budget -ongeacht uw inkomen- kan hoger zijn dan het bedrag dat u ontvangt van de Belastingdienst. Dit verschil wordt in mindering gebracht op uw inkomen.
  • Het verschil tussen kosten kinderopvang en kinderopvangtoeslag
    De eigen bijdrage die u moet betalen aan kinderopvang wordt in mindering gebracht op uw inkomen.
  • De maandelijkse aflossing van belastingschulden bij de Belastingdienst
    Als u belastingschulden bij de Belastingdienst heeft en deze maandelijks aflost, dan wordt het maandelijks te betalen bedrag in mindering gebracht op uw inkomen.
  • De maandelijkse verplichte betalingen aan alimentatie
    Verplichte betalingen aan alimentatie worden in mindering gebracht op uw inkomen.

Met andere uitgaven, zoals gas, water en licht of aflossingen van andere schulden mag geen rekening worden gehouden.

De kwijtscheldingsregeling gaat voor de berekening van het inkomen uit van de normen die zijn vastgelegd in de Participatiewet. We kijken behalve naar uw inkomen en vermogen ook naar uw woonsituatie. Er zijn verschillende inkomensnormen per woonsituatie. Per 1 januari 2018 zijn de regels over de hoogte van de inkomensnormen aangepast en wordt de kostendelersnorm voor de kwijtschelding toegepast.

Woont u alleen dan krijgt u het normbedrag voor een alleenstaande. Woont u samen met uw partner, dan krijgt u het normbedrag voor gehuwden en samenwonenden. Woont er nog iemand van 21 jaar of ouder bij u in huis? Dan gaat uw norm misschien omlaag.

Normbedragen inkomen
In het onderstaande overzicht kunt u per huishoudsituatie zien welke norm van toepassing is. Het bedrag onder ‘Norm’ is de normale norm zonder kostendeler(s). Heeft u kostendelers in huis, dan geldt de verlaagde norm op basis van het aantal kostendelers. 

Huishoudsituatie

Norm
(zonder kostendelers)

1 kostendeler

2 kostendelers

3 kostendelers

Alleenstaande

€992,12

€708,66

€614,17

€ 566,93

Gehuwd/samenwonend

€1.417,32

€1.228,34

€1.133,86

€1.077,16

Alleenstaande
AOW-gerechtigd

€1.161,61

€797,54

€692,63

€640,17

Gehuwd/samenwonend
beiden AOW-gerechtigd

€1.595,08

€1.385,26

€1.280,34

€1.217,40

Gehuwd/samenwonend
1 persoon AOW-gerechtigd

€1.584,38

€1.306,80

€1.207,10

€1.147,28


Normbedragen huur/hypotheek en zorgpremie

Bij de uitgaven van de huur of hypotheek en de premie zorgverzekering moeten normbedragen in mindering worden gebracht. De normbedragen zijn door de minister vastgesteld.

Normbedrag van de huur/hypotheek

Eén- en meerpersoonshuishouden

                €208,14

Eénpersoonsouderenhuishouden (AOW-gerechtigd)  

                €206,32

Meerpersoonsouderenhuishouden (AOW-gerechtigd) 

                €204,51

 

Normbedrag voor de premie zorgverzekering

Alleenstaande

                €34,00

Gehuwd of samenwonend

                €81,00

Om het inkomen van studenten vast te stellen moet gebruik worden gemaakt van een aparte studentenberekening zoals deze in artikel 26.2.12 van de Leidraad Invordering staat. Het vastgestelde inkomen uit deze berekening wordt vervolgens verminderd met de uitgaven link van de huur, zorg etc.

In de wetgeving is vastgelegd dat bij het berekenen van het inkomen van een student uitgegaan moet worden van een normbudget en een forfaitair bedrag. 

Opleidingsniveau

Normbudget levensonderhoud

Forfaitair bedrag

mbo

€809,57

€659,32

hbo/wo

€870,46

€808,46

Voorbeeldberekening student
In het onderstaande voorbeeld gaat het om de volgende student:

- Niveau studie: mbo
- Studiefinanciering: €809,57 (basisbeurs = €269,45, aanvullende beurs = €360,26, lening = €179,86)
- Bijbaan =  €400,- per maand inclusief vakantiegeld

Berekening studenten 2018

Formule 1: (P + Q) - R - S = X

 

 

P

Ontvangen studiefinanciering excl. collegegeldkrediet

€809,57

+

Q

Eigen inkomsten (incl. vakantiegeld)

€400,00

+

R

Normbudget levensonderhoud MBO

€809,57

-

S

Ontvangen lening

€179,86

-

X

Uitkomst > Let op! Mag geen negatief bedrag zijn.
Minimaal € 0,-

€220,14


=

Formule 2: X + Y = T

 

 

X

Uitkomst formule 1

€220,14

+

Y

Forfaitair bedrag mbo

€659,32

+

T

Inkomen

€879,46

=

Uitkomst T: Dit is het vastgestelde inkomen om de gebruikelijke berekening van de betalingscapaciteit te maken. Van dit bedrag gaan dus de eventuele uitgaven van de huur, zorg etc. nog af.

 

*Het inkomen van een eventuele partner wordt opgeteld bij Q - 'eigen inkomsten'. 


Als er sprake is van schuldsanering of schuldbemiddeling, dan houdt dit niet in dat u om die reden recht heeft op kwijtschelding. In de wet is namelijk vastgelegd dat bij een aanvraag kwijtschelding geen rekening gehouden mag worden met de wettelijke schuldsanering (WSNP) of schuldbemiddeling. Dit betekent dat bij de berekening van uw inkomen geen rekening wordt gehouden met beslaglegging op uw inkomen of de mogelijkheid dat u leefgeld ontvangt. 

Zelfstandige ondernemers kunnen alleen voor de privébelastingen kwijtschelding aanvragen. Privébelastingen zijn belastingen die niet te maken hebben met het bedrijf.

Aan stichtingen, verenigingen, bedrijven en zelfstandig ondernemers waaraan zakelijke aanslagen zijn opgelegd kan geen kwijtschelding worden verleend. 

Bent u het niet eens met het besluit op uw verzoek om kwijtschelding dan kunt u het beste eerst even bellen met een medewerker van het Team Kwijtschelding om het besluit te bespreken. Dit kan van maandag tot en met donderdag van 9:00 uur – 16:00 uur en op vrijdag van 9:00 uur tot 12:30 uur. Het telefoonnummer is 076 – 529 8300. Kies voor optie 3.

Wilt u na het gesprek een administratief beroepschrift kwijtschelding indienen, dan vindt u meer informatie op de pagina Administratief beroepschrift indienen.

Als er andere mensen van 21 jaar of ouder bij u in huis wonen dan kunnen zij meebetalen in de kosten van uw huishouden. Deze mensen noemen we 'kostendelers'. Kostendelers kunnen inwonende kinderen of andere medebewoners van 21 jaar of ouder zijn. Hoe meer mensen boven de 21 jaar samen in 1 huis wonen, hoe lager de inkomensnorm.

Wie zijn kostendeler?

  • Iedereen kan kostendeler zijn, dus ook uw kind, vader of moeder.
  • Het maakt niet uit of deze persoon ook echt meebetaalt aan de kosten in het huishouden.
  • Alleen uw inkomen (en dat van uw eventuele partner) telt mee voor de berekening van uw inkomensnorm. Wij kijken niet naar het inkomen van de kostendeler(s).

Uitzonderingen

Niet iedereen van 21 jaar of ouder is kostendeler. Hiervoor gelden de volgende uitzonderingen:

  • Inwonende kinderen en medebewoners van 21 jaar of ouder die studeren.
  • Andere medebewoners van 21 jaar of ouder met een commercieel huurcontract.
    Let op! Met uw kind, kleinkind, vader, moeder, broer of zus kunt u geen commerciële relatie hebben. Met bijvoorbeeld een neef, nicht, oom of tante kunt u wel een commerciële relatie hebben. Het ontvangen huurbedrag moet wel te worden meegenomen als inkomen.

Als u een bijstandsuitkering volgens de Participatiewet ontvangt en kostendelers heeft, dan heeft de gemeente al rekening gehouden met de kostendelers en zal de hoogte van uw uitkering gelijk zijn aan het normbedrag voor de kwijtschelding.