Overheidsvordering

Met een overheidsvordering kan de BWB een belastingschuld rechtstreeks van iemands bankrekening afschrijven. Als u ook na het ontvangen van een dwangbevel uw belastingschuld niet betaalt, dan zijn wij bevoegd om zonder uw medewerking het bedrag van uw bankrekening af te schrijven. De bank is verplicht om hieraan mee te werken.

Het bedrag dat gevorderd mag worden

Voor aanslagen waarop een bedrag van maximaal € 1000,00 openstaat, kan de overheidsvordering gebruikt worden. Dit bedrag kan worden opgeknipt in deelbedragen. Een deelbedrag mag over een periode van drie aaneengesloten maanden 2 keer per maand worden geïnd. Het maximumbedrag dat in één keer afgeschreven mag worden is € 5000,00. Er mag dus bij een openstaand aanslagbedrag van € 1000,00 twee keer €500,00 worden gevorderd, maar het mag ook in 6 keer voor € 166,66 per keer. 

Voorwaarden voor een overheidsvordering

Zowel de landelijke belastingdienst, als waterschappen en de gemeenten mogen een overheidsvordering uitvoeren. Er zijn wel een aantal voorwaarden aan verbonden.

  • Er moet een dwangbevel zijn betekend
  • Het openstaand bedrag van de belastingaanslag, waarvoor de overheidsvordering wordt gedaan, mag niet hoger zijn dan € 1000,00
  • Per belastingaanslag mag maximaal twee keer per maand een overheidsvordering worden gedaan.
  • Voor een overheidsvordering mag maximaal € 500,00 per keer afgeschreven worden.
  • Overheidsvorderingen mogen alleen worden afgeschreven van een betaalrekening, niet van een spaarrekening of een creditcard.
  • De bank voert de overheidsvordering of deelvordering alleen uit als de bestedingsruimte, het saldo plus het bedrag dat men rood mag staan, op de rekening voldoende is.
  • Een overheidsvordering voor dezelfde belastingaanslag mag gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 3 maanden worden gedaan. Wanneer de belastingaanslag dan nog niet is ingevorderd, kunnen andere invorderingsmiddelen worden ingezet.